commissie experiment

 

Er komt een onafhankelijke adviescommissie van deskundigen en wetenschappers voor het experiment met gedoogd telen van wiet voor recreatief gebruik. Dat schrijven minister Bruins van Medische Zorg en minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid in een brief aan de Tweede Kamer.

In een later stadium mogen het Openbaar Ministerie, politie, verslavingsdeskundigen en gemeenten zich er dan nog mee bemoeien. Grote afwezigen in alle kabinetsplannen voor gereguleerde wietteelt: consument en coffeeshop. Oh ja, de wietpas komt (terug), want als gemeenten willen meedoen aan de proef moeten ze het ingezetenencriterium gaan handhaven!

Experiment in plaats van wietwet

Zoals jullie weten heeft het kabinet Rutte III de dit voorjaar door de Tweede Kamer aangenomen ‘wietwet’ van D66 gemakshalve bij de stapel oud papier gezet. Dat vermoedde CNNBS al in februari van dit jaar, direct nadat de wet met miniem verschil in stemmen was aangenomen: ‘Wietwet D66 aangenomen – praktijk hangt van nieuw kabinet én VVD af‘.

En krek zo ging het: onder invloed van de 2 christelijke anti-cannabis partijen CDA en ChristenUnie in het kabinet Rutte III en wellicht ook de invloed van de liberalen zelf, komt er een tijdelijk experiment met gereguleerde wietteelt in 6 tot 10 (middel)grote gemeenten voor in de plaats.

Adviescommissie van deskundigen

Afgelopen vrijdag gaven de twee betrokken ministers bij dit experiment meer tekst en uitleg over de route naar gereguleerde wietteelt – op kleine schaal – in Nederland, middels een brief aan de Tweede Kamer. Geen woord daarin trouwens over het frauderen met de drugsonderzoeken door eerdere minister van justitie Ivo Opstelten en het WODC, maar goed dat is nu eenmaal de Haagse politieke mores.

Minister van Justitie is de CDA’er Ferdinand Grapperhaus, die ernaar streeft om in het 2e kwartaal 2018 een wetsvoorstel voor de wietteelt gereed te hebben… [foto: Rijksoverheid]

Wat er dan wel in de brief staat? Er komt een onafhankelijke adviescommissie, zo schrijven de ministers Bruins van Medische Zorg en Grapperhaus van Justitie en Veiligheid. ‘Deze commissie zal bestaan uit deskundigen en wetenschappers op zowel het terrein van zorg, voedsel en waren als op het terrein van justitie, het lokale bestuur en internationaal recht. Zij gaan adviseren en wetenschappelijk ondersteunen bij de keuzes over de invulling, uitvoering en evaluatie van het experiment in de gesloten coffeeshopketen.’

Inderdaad, geen consumentenorganisaties (VOC, WeSmoke of desnoods CNNBS) en geen coffeeshopvertegenwoordigers (Cannabis Connect, BCD, PCN) te bekennen.

Kabinet geeft coffeeshops wél een rol

Wat wel positief te noemen is – zeker na de uitingen van de VNG die pleit voor 4 verschillende vormen van wietteelt met maar in één scenario nog een hoofdrol voor de coffeeshops en het gebazel van burgemeester Aboutaleb van Rotterdam over het afschaffen van coffeeshops als distributievorm – is dat de ministers vasthouden aan 1 experiment mét de coffeeshop als verkoopkanaal. De enige variatie waarover Grapperhaus en Bruins in hun brief reppen is die ‘in type gemeenten en geografische spreiding’.

Het wetsvoorstel waartoe de route via adviescommissie en latere inbreng van OM, politie, gemeenten en verslavingszorg moet leiden, wordt als het goed is in het tweede kwartaal van 2018 ingediend in de Tweede Kamer.

Internationale ontwikkelingen

Bij de brief van de twee ministers zit ook een uitgebreide bijlage met een overzicht van de internationale ontwikkelingen. Voor het eerst geeft de overheid hier een teken dat ze snapt dat de wereld aan het veranderen is wat betreft cannabisbeleid.

Niet dat Nederland nu – wat overigens wel heel verstandig zou zijn – direct het pad van Uruguay, Canada et cetera gaat volgen. ‘Het kabinet is zich ervan bewust dat het experiment wellicht spanning oproept met internationale en Europese regelgeving. De spanning rondom de relatie van het experiment met de verdragen wordt verminderd door het wetenschappelijke karakter van de experimenten en door de beperkte omvang, het tijdelijke karakter en de omkeerbaarheid die de experimenten zullen hebben’, klinkt het vanuit Den Haag.

Het kabinet ziet wel een rol voor coffeeshops, maar dan moeten de gemeenten wel het ingezetenencriterium (de wietpas zeg maar) gaan handhaven als ze mee willen doen aan het wietteelt experiment.

Wietpas geldt in deelnemende coffeeshopgemeenten

Overigens mogen buitenlanders NIET kopen in de gemeenten die meedoen aan het wietteelt experiment. Dit is letterlijk wat de ministers daarover schrijven: ‘Het zal daarnaast van essentieel belang zijn om de buurlanden, andere EU lidstaten en de Europese Commissie tijdig en op zorgvuldige wijze te informeren en daarbij aan te geven dat de effecten van het experiment door toepassing van het ingezetenencriterium beperkt kunnen blijven tot het Nederlandse grondgebied.’

De vraag is dan of bijvoorbeeld Amsterdam er dan nog wel zin in heeft. Wij denken zomaar van niet…

‘Ondermijnende criminaliteit’

Maar verder is de blik van de bewindvoerders toch vooral naar binnen gericht: naar het krakende gedoogbeleid.

‘Met name het lokale bestuur heeft aangegeven dat de inrichting van de huidige coffeeshopketen – met een gedoogde verkoop en een niet gedoogde inkoop- problemen oplevert voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid en het tegengaan van ondermijnende criminaliteit. Door middel van een experiment met een gedecriminaliseerde coffeeshopketen wil het kabinet onderzoeken welke resultaten ten aanzien van volksgezondheid, criminaliteit, veiligheid en/of overlast kunnen worden gerealiseerd bij het inrichten van een gesloten coffeeshopketen’, zo lezen we in de brief.

Wordt vervolgd dus, al vinden wij het bizar dat de complete huidige cannabisbranche – consumenten en coffeeshops met name – buitenspel staat bij het bepalen van de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid!

Voorzitter Commissie Prof. dr. J.A. (André) Knottnerus

Minister voor Medische Zorg de heer Bruno Bruins

Minister Justitie & Veiligheid F.B.J. Grapperhaus

Staatssecretaris BZ & Koninkrijksrelaties R.W. Knops

De commissie heeft tot taak te adviseren over:

a. De vormgeving van het experiment, in het bijzonder ten aanzien van de teeltvan hennep, selectiecriteria voor gemeenten die deelnemen aan het experiment, de deelname door coffeeshops, preventiemaatregelen, toezicht op de naleving en de handhaving van de regels van het experiment en de meting van effecten;

b. Welke gemeenten zouden moeten deelnemen aan het experiment.

Het experiment zal uit drie fasen bestaan:

1. De voorbereidingsfase vangt aan met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel en de onderliggende AMvB. In deze fase worden de teler(s) en gemeenten aangewezen, waarna zij zich voor kunnen bereiden op hun deelname aan het experiment. Zodra de voorbereidingen gereed zijn, geven de ministers de opdracht om te starten met de experimenteerfase.

2. Na deze periode start de experimenteerfase, waarin het experiment wordt uitgevoerd. Tijdens deze fase mag in het kader van het experiment hennep worden geproduceerd, geleverd aan coffeeshops die zijn gevestigd in de deelnemende gemeenten en aldaar worden verkocht. In de concept wettekst is een termijn van vier jaar voor de experimenteerfase voorzien.

3. Na de experimenteerfase eindigt het experiment en volgt de afbouwfase, die binnen enkele maanden moet zijn afgerond. Dat wil zeggen dat dan de situatie is hersteld zoals deze bestond vóór het experiment. Wij voorzien dat voor de afbouwfase een termijn van 6 maanden nodig zal zijn.

Effectmeting en evaluatie

In het regeerakkoord is opgenomen dat de effecten van het experiment gemeten moeten worden en het experiment na afloop onafhankelijk geëvalueerd dient te worden.

De commissie Knottnerus zal over de opzet van de effectmeting adviseren. Het daadwerkelijke meten van de effecten vindt plaats door een nog in te richten onderzoeksteam of -consortium, dat wordt begeleid door een onafhankelijke begeleidingscommissie.

In de commissie hebben verder wetenschappers en experts zitting uit diverse vakgebieden.

De heer Knottnerus heeft de volgende personen gevraagd zitting te nemen in zijn commissie:

 Prof. mr. T. (Tom) Blom
 Prof. dr. W. (Wim) van den Brink MD PhD
 Drs. J.H.H. (Jan) Mans
 Prof. dr. H. (Dike) van de Mheen
 Prof. dr. Ir. J. (Jaap) Seidell
 mr. A.H. (Albert) van Wijk
 dr. C.G. (Karin) van Wingerde

Deze commissie is tevens verantwoordelijk voor de evaluatie van het experiment.