coffeeshop

Het wiet experiment: ‘De coffeeshop gaat dood’

 

Met de ‘Kamerbrief over experimenten gesloten coffeeshopketen‘ en de ‘Adviesvragen onafhankelijke commissie experiment gesloten coffeeshopketen’ die justitieminister Grapperhaus op 9 maart naar de Tweede Kamer stuurde, worden de contouren van het wiet experiment zichtbaar. Columnist Mario Zwart is teleurgesteld en kraakt vier kritische noten. “Als dit werkelijkheid wordt, gaan de coffeeshops kapot.” 

Wiet experiment: de coffeeshop gaat dood

1. Deze commissie gaat echt niet met de oplossing komen

Commissievoorzitter André Knottnerus (Foto: Maastricht University)

Het wiet-experiment komt er, de begeleidingscommissie is er al. Met daarin: zes wetenschappers (op de gebieden gezondheidszorg, verslaving, strafrecht en criminologie), een oud-burgemeester en een oud Openbaar Ministerie-baas. Met andere woorden, een commissie die gespecialiseerd is in “ongezond, verslavend, verboden en crimineel”, precies de hoek waar cannabis zo graag uit wil. Zou die meneer van het OM echt gaan pleiten voor soepel cannabisbeleid? En zou die verslavingsdeskundige zeggen: ach, dat valt wel mee met cannabis?

Dit is als een rockfestival laten programmeren door experts die niks van muziek weten, maar wel van epilepsie (géén knipperende lampen, géén alcohol!), pleinvrees (niet in de buitenlucht!) en jeugdcriminaliteit (vingerafdrukken nemen van alle bezoekers!).

Hoe zou mijn ideale commissie er dan uit zien? Een commissie met verstand van cannabis die naar voren kijkt! Ik denk aan:
– consumenten (denk aan CannaWijzerVOC-NederlandLegalize! en de Consumentenbond);
– telers (Stichting JoinUsAvites of LeliHolland, bijvoorbeeld)
– coffeeshops (PCNBCD)
– experts uit Colorado en Uruguay, waar ze ruime ervaring hebben met legalisering
– vooruit: een jurist om de zaak Tweede Kamer- en OM-proof te krijgen (bijvoorbeeld André Beckers of Maurice Veldman)
– een wetenschapper, die de opzet van het experiment bewaakt en zorgt voor de nulmeting en de effectmetingen.

2. Het probleem is niet de “achterdeur” maar het verbod op cannabis

Beeld: VOC

Ik hou van coffeeshops en kom er graag. Maar cannabisbeleid zou niet moeten gaan om coffeeshops, maar om consumenten. Coffeeshops bestaan als noodoplossing. Cannabis was verboden, maar Nederlanders bleven toch blowen. Toen besloot de overheid maar heel pragmatisch om dat verbod soms door de vingers te zien. Dit was de geboorte van de coffeeshop: een noodoplossing, bedoeld als tussenstap naar legalisering.

Maar nu lijkt de politiek verliefd op haar eigen noodoplossing en krijgen we het Experiment gesloten coffeeshopketen. De gedachte is: als we de leveringen aan de coffeeshops maar regelen, is het probleem opgelost. Nee, het probleem is dat een relatief onschuldig genotmiddel, dat door circa één miljoen volwassen Nederlanders met veel plezier wordt geconsumeerd, verboden is. Op basis van aantoonbaar onzinnige argumenten. En dat dit verbod, met inzet van tienduizenden agenten en honderden miljoenen euro’s belastinggeld, keihard wordt gehandhaafd.

De vraag moet dus zijn: hoe komen we af van dat cannabisverbod? Hoe ruimen we obstakels voor de cannabis-consument op? Dat betekent dus het toestaan van consumptie, bezit, inkoop, verkoop, opslag, transport, teelt en import van cannabis. Kan dit? Antwoord: ja. Zie Canada, Uruguay, en steeds meer Amerikaanse staten. Vroeg of laat gebeurt dit ook in Nederland. Maar dit experiment is een pas op de plaats, en dat is na veertig jaar gedoogbeleid echt onvoldoende.

3. Harry J. Anslinger leeft. Hij werkt op het ministerie van J&V

In de adviesaanvraag ontbreken opvallende zaken. Nergens een verwijzing naar Canada, Uruguay of de Amerikaanse legal states, zoals Californië. Of dat na legalisering de volksgezondheid verbetert en de misdaad afneemt. Ook niet naar de positieve gezondheidsaspecten van cannabis: dat het een prima exit drug is om te stoppen met schadelijke middelen als bijvoorbeeld alcohol. Ook woorden als mensenrechten, vrijheid of genieten komen niet voor.

Wel staat de aanvraag bol van de “problemen”: criminaliteit, onveiligheid, overlast, geluidshinder, vervuiling… Het zou bijvoorbeeld een ramp zijn als er experiment-wiet “weglekt” naar het “illegale circuit”. Coffeeshoptoeristen zijn ook vreselijk. En “normalisering”, daarvoor moeten we waken. En dan natuurlijk de talloze gevaren en risico’s van cannabisgebruik. Er moet worden gewaarschuwd (waarvoor in godsnaam? vraag ik me dan af), ontmoedigd, voorgelicht en heel veel aan preventie gedaan. En op dit alles is uiteraard veel toezicht en handhaving nodig. Eisen en controles. En streng straffen bij overtredingen. Om de sfeer mee te krijgen een klein citaatje:

Coffeeshop in Eindhoven (© Gonzo Media)

… laat onverlet dat opsporingsambtenaren belast blijven met de opsporing en het Openbaar Ministerie met de vervolging van strafbare feiten. Indien de voorschriften van het experiment niet worden nageleefd…. heeft tot gevolg dat de strafbaarstellingen van de Opiumwet in volle omvang van toepassing zijn…. handhavings­instrumentarium kan worden ingezet om naleving af te dwingen of overtredingen te bestraffen.

Het enthousiasme spat ervan af, hè?

4. De coffeeshop gaat dood

De deelnemende coffeeshops zijn nog niet jarig. Lees mee en huiver.

a) Sowieso voldoen aan de huidige eisen: geen reclame, geen parkeeroverlast, geluidshinder of rondhangende klanten, geen verkoop aan jeugdigen, een BIBOB-toets, slechts 500 gram voorraad. Daar bovenop komen dan nu de volgende extra eisen:

b) Alleen verkoop van “experiment-wiet” en eventueel “experiment-hasj”. Geen andere soorten wiet, geen Marokkaanse, Libanese of Afghaanse hasj.

c) Mogelijk heeft die experiment-wiet een beperkt THC-gehalte.

Verschillende soorten hasj uit India en Marokko

d) Na het experiment is de experiment-wiet niet meer leverbaar. Shops moeten dan opnieuw een netwerk van leveranciers opbouwen. En waarschijnlijk ook een nieuwe klantenkring (zie punt c).

e) De wiet moet verpakt worden verkocht, met een etiket met “product-, gebruiks- en waarschuwingsinformatie”.

f) De hennep moet beveiligd geteeld, opgeslagen en vervoerd worden en onder toezicht worden verpakt. De coffeeshops moeten een administratie voeren die streng wordt gecontroleerd. “Het gaat immers om een bijzonder product dat onder geen beding mag weglekken naar het illegale circuit”.

g) De coffeeshops moeten meer doen aan preventie. Ze moeten klanten actief wijzen op de risico’s van gebruik en ze adviseren hoe gezondheidsrisico’s kunnen worden voorkomen.

h) Coffeeshops krijgen een zorgplicht voor wat betreft het signaleren van problematisch cannabisgebruik.

i) Het Ingezeten-criterium moet verplicht worden gehandhaafd in de grensstreek.

Als dit werkelijkheid wordt, gaan de coffeeshops kapot. Waarom zou ik als klant naar een shop gaan voor een uniform assortiment voorverpakte, slappe staats-wiet? Met een waarschuwingssticker erop (pas op: kan lachbuien veroorzaken? WTF) en een verplicht “preventie-gesprek”? Een shop die ook nog eens géén Marok, Lieb of Afghaan verkoopt?

Maar als je de brief doorleest, kan het dood maken van de coffeeshops ook best wel de bedoeling van het experiment zijn.(bron)

 

 

KLIK OP DE FILE